Vorige week las ik dit artikel over de themasessie Hyperlokaal, waar Herman Smorenberg vertelde over Lokaal Nieuwsnet. Ik was daar, als hoofdontwikkelaar van LNN, bij en herinner me dat er inderdaad nogal wat onduidelijkheid was over ‘de portal’. Een kleine toelichting.
Wil je dat je website goed scoort op Google, dan moeten zoveel mogelijk andere websites er naar verwijzen. Dat was ons eerste uitgangspunt voor de LNN portal. Op de portal linken wij (automatisch) naar alle artikelen van deelnemende partijen, net zoals ik dat al een paar jaar doe op mijn eigen website HetNieuws.in. Een vermelding zal bestaan uit een titel met link en enkele woorden om het artikel te introduceren, waardoor geïnteresseerde bezoekers aangespoord worden op de link te klikken en het originele artikel te lezen. Tegelijk verwijzen alle deelnemende partijen ook weer naar de portal, en zo creëren we een netwerk van lokale uitgevers die elkaars positie op Google gezamenlijk verbeteren. We hanteren hierbij een maximum van ongeveer 25 woorden en zullen nooit, zoals bijvoorbeeld Dichtbij.nl, het volledige artikel op onze website publiceren.
Op termijn willen we met deze functionaliteit nog een stap verder gaan: stel je voor dat bezoekers op jouw website kunnen zoeken in de volledige LNN database. Toegegeven, niet iedere bezoeker zal deze functie gebruiken, maar de bezoekers die het wel gebruiken zullen jouw website vanaf dat moment ook bezoeken als ze nieuws van buiten de regio willen hebben. En daarmee verstevig je je positie als ‘dagelijkse stop’ en groeit de relatie met je lezer.
Met de evenementenagenda en bedrijvengids willen we ruwweg dezelfde functionaliteit aanbieden: op ons portal bieden we een zoekmachine voor beiden aan, waarvan de zoekresultaten direct verwijzen naar de website van de betreffende lokale uitgever. Hiermee verbeteren alle aangesloten uitgevers niet alleen onze gezamenlijke positie op Google, maar creëren we ook een startpunt voor toeristen en dagjesmensen.
Naarmate ons bereik groeit kunnen we deze database delen met andere partijen (bijvoorbeeld landelijke evenementengidsen), die eveneens verwijzen naar de websites van lokale uitgevers. Dit is alleen mogelijk als we de informatie op een centraal punt verzamelen.
Voor redacties willen we op een vergelijkbare manier een fotodatabase opzetten, waarbij foto’s onderling uitgewisseld kunnen worden via de ‘redactieportal’. Redacties kunnen zo kosten besparen en zelfs geld verdienen aan hun bestaande collectie. Het uitwisselen van artikelen wordt ook mogelijk, al verwachten we dat dit op kleinere schaal zal gebeuren. Toch kan ik me voorstellen dat een artikel over een dreigende dijkbreuk in Friesland ook in Noord-Brabant boeiend is om te lezen, en zelfs extra bezoekers kan opleveren. Uiteraard wordt hierbij een licentiemodel in acht genomen.
Het licht in de lijn der verwachting dat een dergelijke infrastructuur ook voor commerciële doeleinden zal worden ingezet, zoals Herman tijdens de themasessie al aanstipte. Het is nog onduidelijk of we dit in eigen beheer ontwikkelen, of een externe partij hierbij betrekken. Maar als het zover is, hebben we de infrastructuur al wel tot onze beschikking, aangestuurd door ‘de portal’.